Profvoetballer Ron Vlaar stelt zich de vraag:

“Kan ik nóg een seizoen?”


“Ik vind het spelletje té leuk. Daarom ga ik nog een jaar door.” Dat zegt Ron Vlaar aan de vooravond van een nieuw voetbalseizoen in de eredivisie met AZ. Al ging daar een mentaal proces aan vooraf. Wij legden Ron Vlaar vier uitspraken van hemzelf voor over mentaliteit, verbetering, fit blijven en stoppen.

Tekst: Etienne Verhoeff | Beeld: Beeld: VI Images/Tom Bode, Flexpower

Ik ben mentaal niet stuk te krijgen - AD 2016

Vlaar: “Ik hoef me voor mezelf niet meer te bewijzen. Als je jong bent wil je iedereen laten zien hoe goed je bent. Maar dat hoeft niemand me nu te vertellen. Ik weet wanneer ik goed heb gespeeld of niet. Het moet bij mij altijd goed zijn. Die druk leg ik mezelf op. Wat iemand anders van me vindt, boeit me nu niets meer. Maar ik merk wel dat het moeilijker wordt om steeds goed te zijn. Je loopt, na een blessure, mentaal wel weer even een deukje op. Maar ik ben er nog steeds: ik hobbel niet mee, ik kan iets betekenen voor het team. In de jeugd was ik geen supertalent. Geen Messi. Ik moest keihard knokken om in de jeugdopleiding te blijven. Er zitten ook jongens in de jeugdopleiding die ontzettend goed zijn, alleen niet getriggerd worden door teleurstelling. Het is moeilijk om dat te creëren, maar het is wel goed om daar al snel mee leren om te gaan.”

Ik ben continu op zoek naar verbetering - Helden 2014

Vlaar: “Je bent nooit uitgeleerd. Heel zwart-wit gesteld, train je als voetballer maar anderhalf uur per dag. Daaromheen zit veel tijd en rust, waarin je in jezelf kunt investeren. Onbewust was ik daar op jonge leeftijd al mee bezig. Wanneer ik er bewust mee aan de slag ging? Nadat Francisco Elson bij Feyenoord op bezoek was geweest en zijn verhaal vertelde over de NBA winnen. Wat hij ervoor heeft moeten doen en laten. De eenzaamheid. Het investeren in jezelf. Hij zag de grootste spelers het hardst werken om beter te worden. Dat was zo motiverend. Daardoor ben ik bij Hans Kroon gaan trainen. Feyenoord wist dat toen niet. In die tijd vond ik het niet prettig dat ik er niet over kon praten. Je bent met iets goeds bezig en dat was ook te zien. Je wordt er sterker van, maar zeven, acht jaar geleden, kon je dat niet zomaar doen. Ik trainde samen met Stefan de Vrij en dat liep als een trein. Nu hoor je veel meer spelers die zich extern laten behandelen of trainen. Gelukkig is dat nu veranderd.”

Een loodgieter kan niet stilstaan. Die moet ook cursussen doen om zich te verbeteren, want er zijn weer nieuwe technieken. - Volkskrant 2014

Vlaar: “Bij Aston Villa hadden ze wel data vanuit de trainingen, maar daar werd niet veel mee gedaan. Bij AZ wordt daar juist heel veel mee gewerkt en gebruik van gemaakt. Ik word wat ouder en kan niet alles meer mee doen. Zeker niet met mijn blessuregeschiedenis. In de training kunnen ze zien of je al high intensity sprintjes hebt getrokken, waardoor je aan het einde van een training net even wat anders kunt doen. Rondom een training ben ik van te voren al bezig met mobiliteit en stretchen van mijn spieren, zodat ze geactiveerd zijn. Na de training fiets ik uit en doe er eigenlijk alles aan om mijn lijf weer goed te zetten. Zodat ik vrij kan bewegen. Die structuur slijt er snel in. Het is mijn vak en ik wil optimaal zijn. Al gaat het niet altijd even gemakkelijk, hoor. In je hoofd weet je dat al die oefeningen goed voor je zijn, maar je moet het wel doen.”

Ik ben 33, maar nog niet klaar - NOS 2018

Vlaar: “Het zou heerlijk zijn om een heel seizoen fit te zijn. Alleen dat vraagt voor mij ontzettend veel. Dus heb ik me heel bewust de vraag gesteld of ik het nog een seizoen kan. Het antwoord is ja, want het spelletje is nog te leuk. Alleen, als je steeds geblesseerd raakt, is het ook steeds moeilijker om de knop om te zetten. Ik had het vorig seizoen best zwaar. Dat heeft niet iedereen op de club misschien gezien, omdat je positief wilt blijven voor je ploeggenoten en jezelf. Ik ben iemand die je moet tegenhouden op een training. Ik wil er vol voor gaan, maar voor mijn lijf is het beter een tweede veldtraining te schrappen. Dat botst dus met mijn karakter. Ik wil een voorbeeld zijn voor de anderen. En daar past iets schrappen of overslaan niet in. Dat is een acceptatieproces waar ik veel mee bezig ben geweest. Ik moet het zelf begrijpen en ermee kunnen leven, want twee keer per dag op het veld trainen is het leukste wat er is. Een zelfde verhaal als Van Persie? Ja, die vindt het spelletje ook nog veel te leuk. Dat is toch mooi?”