De weg naar Tokyo 2020

Marhinde’s Missie

25 September 2018. Dinsdag. Het zal rood omcirkeld staan in haar agenda. Voor Marhinde Verkerk is het hààr dag op het WK Judo 2018. De eerste stop op weg naar de Olympische Spelen van 2020.

Tekst: Etienne Verhoeff | Beeld: Doree Photography, Marhinde Verkerk/International Judo Federation

“Het is één dag waarop alles moet gebeuren. Dat is judo”, begint voormalig Europees en Wereldkampioene Marhinde Verkerk bijna een maand voor het WK. “Ik ben ervan overtuigd dat degene die mentaal het sterkst is kampioen wordt. Op de Spelen bijvoorbeeld is iedereen fysiek goed. De vraag is hoe je er mentaal voor staat die dag.

Ik probeer ieder toernooi - ook de Spelen - niet groter te maken. Het zijn dezelfde matten, dezelfde tegenstanders. Het is alleen het circus eromheen dat anders is. Om dan de focus op jezelf te houden, is de strijd van iedere topsporter op de Olympische Spelen.”

Trauma

Twee jaar na het trauma van Rio, zoals ze het zelf noemde, is Verkerk bezig met een nieuwe missie. De Olympische Spelen van 2020 in Tokyo. Het duurde wel even voordat ze de teleurstelling van 2016 had verwerkt en een keuze maakte over haar toekomst. “Ik heb echt de tijd genomen vorig jaar om te kijken of ik het nog kon. Of ik de motivatie nog had om om door te gaan. Ik miste in eerste instantie judo ook helemaal niet. Maar om het zeker te weten moest ik het ondergaan en voelen. Ik houd van trainen, waardoor het plezier al snel terug kwam. Ik won zelfs de World Masters vorig jaar met een halfgare schouder. Dus er zit nog voldoende in. Ik behoor tot de wereldtop. Dus ga ik door, maar wel op mijn manier. Met mijn mensen.”

Schouderblessure

Mits het lijf het allemaal houdt. Jaarlijks bekijkt de 32-jarige Marhinde dat met haar team. Zo worstelde ze vorig jaar en dit jaar met een schouderblessure. Ze is weer fit. “Ik kies mijn toernooien secuur. Vroeger pakte ik elk toernooi aan als een jonge, gretige hond. Nu moet ik kiezen op welke toernooien ik wil pieken. Want ik doe niet mee voor spek en bonen. Als ik judo, wil ik winnen. Dat betekent ook dat ik mijn lijf tijd moet geven om te rusten. Gelukkig tellen voor de ranking de vijf beste resultaten. Dus moet ik op het juiste moment scherp zijn. Dat is de ervaring van de laatste jaren."

Olympische medaille

“Ik heb al zoveel mooie medailles”, vervolgt de judoka. “Maar op de Spelen is het nog niet gelukt. Dat is een soort ultiem doel en de reden waarom ik nog judo. Misschien was ik in Rio wel te gefocust op het resultaat. Ook al weet je dat je dat niet moet doen. Maar je ziet andere sporters met succes een medaille winnen en dan denk je: wil ik ook! Maar toen ik Europees (2015) en Wereldkampioen (2009) werd, kon ik me juist heel goed afsluiten. Ik dacht alleen maar aan mijn eigen judo en het tactisch plan om te winnen.”

Uitlaatklep

Met de focus op 2020 heeft ze de laatste maanden hard getraind. Ook toen Verkerk geblesseerd was, bleef ze zoeken naar trainingsopties met trainer Hans Kroon. “Stilstand is achteruitgang. Er zijn altijd mogelijkheden om te kunnen trainen. Net als bijvoorbeeld Ron Vlaar wil ik gewoon voelen dat ik heb getraind. Ook al kan ik bepaalde dingen niet. Hans zorgde er dan wel voor dat ik stappen kon maken, mijn lichaam beter voelde en ik met een voldaan gevoel naar huis kon gaan. Heerlijk is dat. Anderhalf uur in de sportschool als uitlaatklep. Je kop leegmaken. Voelen dat je iets hebt gedaan. De keerzijde van een blessure is dat je gaat piekeren of onzeker wordt. Maar na een uur sporten voel je je beter. Je stap met een ander gevoel de gym uit.”

Rituelen

Het harde werk is nog volop bezig. De intensiteit gaat half september naar beneden om de supercompensatie zijn werk te laten en doen en uitgerust en fit op het WK te verschijnen. Verkerk: “In plaats van anderhalf uur train ik dan iets meer dan een uur. Korter en explosiever. De laatste drie dagen voor een toernooien doe ik niets. De dag voor de wedstrijd moet ik nu wel sportspanning hebben door de blessures die ik heb gehad. Dat betekent trainen met een lage intensiteit. Mijn schouder heeft bepaalde oefeningen nodig.” En voor de rest vooral niet te veel rituelen voor de Rotterdamse. “Nee, joh! Daar ben ik nuchter in. Stel dat je een favoriet kledingstuk hebt en het vergeet bij een toernooi. Of dat je van de organisatie je favoriete pak niet aan mag. Dan moet je toch gewoon judoën in niet van slag raken. Ik probeer voor ik vertrek wel altijd even bij mijn ouders langs te gaan. Het lukt niet altijd, maar gewoon even langs gaan.”