Doesburg kajakt de Elfstedentocht

“Niemand houdt mij tegen”

“Mijn buurman stuurde mij iets door over een Elfstedentocht met een kajak. ‘Dit is absurd’, schreef hij erbij. Dus heb ik me opgegeven.” Johan Doesburg houdt van extremen: 192 kilometer kanoën in 36 uur. Flexpower sprak met hem vóór en nà deze absurde Elfstedentocht op 9 september…

Tekst: Etienne Verhoeff | Beeld: Johan Doesburg

“Als mensen scepsis uiten over mijn uitdagingen, dan haal ik daar een prikkel uit. Ik hoef niet iemand anders te verslaan, maar ben nog steeds competitief. En als iemand zegt dat het mij niet lukt…” Johan Doesburg (50) gaat graag de uitdaging aan. Met anderen. Maar ook met zichzelf.


Een hockeytoernooi van een ondernemersclub zorgde dat hij in 2006 werd teruggeworpen in zijn ambities. “Ik kreeg een bal tegen mijn hoofd. Ik had zestig breuken in mijn schedel en hersenschade. Ik ben twee jaar het kwakkelen geweest. Hoe? Ik moest letterlijk met mijn hoofd tegen mijn linkervoet zeggen: naar voren. En dan tegen de rechter: naar voren. Mijn hersenen moesten worden aangezet. Na twee jaar ben ik gaan zwemmen. Je wilt niet weten hoe ik het water in sprong. Alle coördinatie was weg. Uiteindelijk ging het zo goed dat ik medailles op NK’s won en me kwalificeerde voor het WK voor mannen van mijn leeftijd.”


Dankzij het sporten kreeg de Groninger zijn lijf en brein weer in juiste modus. En denk nou niet dat hij rustig verder sportte om fit te blijven. Nee, Doesburg zoekt uitdagingen. “Ik ben gaan mountainbiken. Toen hoorde ik in 2016 van de Drenthe 200, een ultramarathon op de mountainbike. Je bent dan ongeveer tien uur non-stop aan het fietsen. In mijn overmoed heb ik me hiervoor opgegeven. Buren sloten zelfs weddenschappen af of ik het wel of niet zou redden. Er waren twaalfhonderd deelnemers. Er kwamen er 877 over de eindstreep. Ik was nummer 124 in 9 uur en 17 minuten."

Boze buurman

Doesburg stapt op de mountainbike dankzij zijn buurman Peter Gerritsma. Dezelfde buurman brengt hem in contact met de kanosport. “Peter kanoot zelf al dertig jaar en omdat we aan het water wonen, stelde hij voor om een kano aan te schaffen en samen te varen”, vervolgt Johan Doesburg. “Niet veel later vertelde Peter tijdens een tocht over de Veluwerally. Tachtig kilometer kanoën over de IJssel. Vijftien kilometer stroomopwaarts, 65 km met de stroom mee. Qua tijdsduur redelijk vergelijkbaar met de Drenthe 200. Ik heb me meteen aangemeld, tot grote woede van hem; ik had geen diploma’s, ik was pas net begonnen. Maar ja, ik wilde het gewoon proberen… Uiteindelijk kwam ik als derde binnen in de categorie zeekano. Een jaar later als eerste, tweede binnenkomst overall, al was de Veluwerally 2017 door de mist ingekort tot vijftig kilometer.”


Doesburg zocht een nieuwe uitdaging; de Elfstedentocht per kajak. Een bijna onmogelijke opgave voor schaatsers, hardlopers en zwemmers, maar ook voor kajakkers. “Wat ik ervan verwacht? Ik komt na tien uur varen in de Twilight zone terecht, denk ik. Onbekend terrein. Tien uur sporten is het maximum wat ik ooit gedaan heb. Je lichaam is op, de spoken gaan aan je knagen. Er zit een zwaar mentaal aspect aan. Er doet maar een kleine groep aan de Elfstedentocht mee. Dat zijn serieuze duursporters, ervaren kajakkers. De vraag is of het voor meneer Doesburg te doen is…”

"In het bejaardentehuis heb ik later wel iets te vertellen...”

Een kleine week verder bellen we Doesburg op. Hoe is de Elfstedentocht per kajak gegaan? “Tja, dat is nog al een verhaal”, begint Johan glimlachend. “Ik had direct in de gaten dat ik de paradijsvogel was. Op de site stond dat het een toertocht was, maar het bleek eigenlijk meer een echte wedstrijd te zijn.”


Aan de start wordt Doesburg geconfronteerd met sporters die dagelijks trainen met snelle kajaks. “Ik had daar, met mijn 45 jaar oude kajak en een verkeerde peddel, eigenlijk niets te zoeken. De andere deelnemers hadden hele teams, sommige van wel acht man inclusief fysiotherapeuten, die met een camper achter ze aan reden. Ik had niemand. Ja, buurman Gerritsma op een paar posten. Dus ik voelde vooraf wel de nodige scepsis."


Toch gaat Doesburg van start met een duidelijk plan: zo snel mogelijk een aantal mensen achter zich laten, zodat hij in de nacht –als samen varen verplicht wordt- op hen terug kan vallen. Dat lukt wonderwel. Doesburg: “Maar toen kwam ik na ca. dertig kilometer bij de eerste klun-plek. Op de oever vroeg iemand waar mijn team was en dat snapte ik niet. Tot ik bij andere deelnemers zag dat twee mannen de kajak aan de kant tilden, een derde figuur droogde hem, de vierde zorgde voor koffie en nummer vijf voorzag de deelnemer van een massage. Ik was een bron van vermaak…

Hulpvaardige buurman

Verkeerde peddel of niet, Doesburg zet door met een gemiddelde snelheid van acht kilometer per uur. Tegen de rompsnelheid aan. Hij bereikt Leeuwarden, het honderd kilometer punt. “In Leeuwarden kwam de gure wind opzetten. Ik heb me buiten, op de oever van de Prinsentuin omgekleed, stamppot en een regenjas van de buurman gekregen en ben verder gegaan de nacht in met een zeer ervaren Kajakster. Die tocht werd een helletocht. Ik had weleens gehoord van hallucinaties, maar dit keer maakte ik het zelf mee. Ik heb levende panters op middeleeuwse kasteelmuren gezien, Donald Duck kwam tot leven. Het was een hele rare ervaring en het ergste moest nog komen.” Want midden in de nacht moest hij met de andere deelneemster het beruchte Slotermeer over."


“Stortregens, windkracht zes, hoge golven en het zicht was een paar meter”, schetst Doesburg.

“Maar de overtocht is gehaald. Bij Galamadammen vond ik mijn Waterloo. De regel is ’s nachts samen varen. Een goede regel; alleen varen is veel te gevaarlijk. Ik had door willen gaan, maar mijn tempo werd te laag voor de echte cracks. Toen achter ons de laatste twee deelnemers aankwamen, is zij bij hen aangehaakt om de tocht af te maken. 6 van de 19 deelnemers waren al afgevallen waardoor er voor mij geen medepeddelaar meer was. Ik heb uiteindelijk 128 kilometer in 18 uren volbracht.”


En nu? “Ik heb op marktplaats een zoekopdracht uitstaan voor een kajak, eentje van na de eeuwwisseling met een goede peddel”, grijnst Doesburg om vervolgens weer serieus te worden. “De Elstedentocht schaatsen op de Weissensee staat nu op de bucketlist, maar ergens borrelt het nog. Ook bij de buurman”, lacht de Groninger. “Maar belangrijker is dat ik het gedaan heb. Als ik later in het bejaardentehuis zit, valt er een verhaal te vertellen. Je moet je door niemand laten tegenhouden. Jezelf niet laten remmen. Dat is misschien wel de belangrijkste boodschap.”

“Ik had gelijk in de gaten dat ik de paradijsvogel was”