Arantxa Rus wil weer bij de beste 100 horen

Op weg naar Wimbledon

“Als ik het hoofdtoernooi van Wimbledon haal, dan stroom ik de top 100 weer binnen.” Arantxa Rus (27) heeft één missie: weer bij de beste honderd tennisvrouwen horen. Het lichaam is goed. Het gevoel is goed. Het hoofd is goed. “En als je eenmaal binnen bent, kan het hard gaan…”

Tekst: Maaike Petri | Beeld: Engie Open Saint-Gaudens/Thomas Burnet

We spreken de toptennisster half mei, vlak voor haar vertrek naar de challenger in Saint Gaudens (waar ze zich in de top 4 tennist) en haar deelname aan het hoofdtoernooi van Roland Garros (waar ze in de eerste ronde strandt tegen Sloane Stephens). Daar en in Rosmalen moeten de punten gescoord worden om rechtstreeks het hoofdtoernooi van Wimbledon te halen. Op het moment staat ze 106e op de wereldranglijst en het doel is helder: presteren om punten te pakken en door te stromen naar grote toernooien. Rus: “Mijn beste notering was 61e in 2012. Natuurlijk zou het fantastisch zijn als ik dat weer haal, maar voor nu heb ik slechts één doel: het hoofdtoernooi van Wimbledon halen.”

“Ik geloof niet in geluk: soms ben ik beter, soms mijn tegenstander”

Kleine stappen neemt Arantxa, die na een mindere tennisperiode de weg omhoog weer heeft gevonden. Topsport bestaat nu eenmaal uit pieken en dalen, concludeert de Westlandse nuchter. “Ja, vergeleken met vorig jaar heb ik een stijgende lijn te pakken. Dat gaat niet vanzelf, daar werk ik hard voor. Je hebt in de topsport altijd periodes dat het beter of slechter gaat. Soms gaat het een week minder, soms een jaar. Het is belangrijk dat je hard blijft werken en je zelfvertrouwen niet verliest.”

Hard werken heeft Arantxa altijd gedaan; de trainingsschema’s zijn zoals altijd vol en ze slaat zelden een training over. Was het dan toch het zelfvertrouwen dat onder druk kwam te staan? “Soms verlies je meer wedstrijden, dan dat je wint. Dat is nooit goed. Als je meer verliest, krijg je automatisch minder zelfvertrouwen. Maar ik sta er nog steeds”, lacht Rus. “Mijn uitdaging is om minder wisselvallig te worden."

"Ik probeer mezelf constant te verbeteren. Zowel fysiek, als in het spel, als mentaal. Ik zorg goed voor mezelf, eet en rust genoeg. Ik train om sterker te worden en dag in dag uit verbeter ik kleine technische dingen. Je moet er voor werken, maar op een gegeven moment voel je je sterker op de baan. Ook mijn trainer Ralph Kok, met wie ik in het verleden samenwerkte en nu weer, helpt mij: hij weet hoe hij me goed kan laten spelen.”

En of ze wel of niet goed speelt, ligt niet aan haar tegenstander; dat zoekt Arantxa vooral bij zichzelf. “Natuurlijk bereid ik me samen met Ralph voor op de zwakke en sterke punten van een tegenstander, maar in de baan ben ik met mezelf bezig”, zegt Rus. “Ik raak niet zo snel gepikeerd door een tegenstander. Ik ben gewoon erg rustig. Je hebt meiden die schreeuwen of proberen te intimideren als je misslaat, maar dat hoort er een beetje bij. Ik trek het me niet aan. Ik hoor wel eens dat ik stoïcijns op de baan sta, ja, maar ik ben ook maar een mens. Ik probeer het niet te doen, maar zelfs ik raak wel eens geïrriteerd door een beslissing van de scheidsrechter of iets wat in het publiek gebeurt.”

“Soms verlies je meer wedstrijden dan je wint… dat is nooit goed”

“Ik geloof niet in geluk, de ene dag is mijn tegenstander beter, de andere dag ben ik dat”, meent Rus, die er naar uitkijkt om te spelen op grand slams. “Het niveau van de meiden ligt zo dicht bij elkaar dat het de details zijn die het verschil maken. Ik geloof wel dat als ik goed voorbereid ben, ik een grotere kans heb dat het mijn kant op valt. Uiteindelijk gaat het er om hoe ik op de court sta.”